Regering geeft groen licht voor kwartierplan Defensie
“De geopolitieke ontwikkelingen van de laatste jaren tonen aan dat onze veiligheid niet meer vanzelfsprekend is. Om onze vrijheid, onze welvaart, ons welzijn, onze manier van leven te beschermen, moet Defensie de komende jaren groeien, tot 40.000 actieve militairen en 12.500 reservisten in 2040. Dit kwartierplan zorgt dat de infrastructuur van Defensie daar klaar voor zal zijn,” aldus minister Francken.
Na decennia van krimp en besparingen kiest Defensie resoluut voor groei: meer militairen, meer reservisten, meer burgerpersoneel, nieuwe capaciteiten en intensievere training. Dat vergt aangepaste en ruimere infrastructuur.
Daarbij hanteert Defensie duidelijke uitgangspunten. Om kosten te beheersen en de uitvoering te versnellen, nemen we maximaal de bestaande domeinen opnieuw in gebruik. De meeste eenheden blijven in hun huidige kwartieren verankerd. Tegelijk zorgen we voor een evenwichtige geografische spreiding, met extra aandacht voor het westen van het land. Ook technologisch hoogstaande capaciteiten zoals luchtafweer en cyber zullen voldoende gespreid worden over het hele territorium.
We investeren breed: alle bestaande kwartieren worden de komende jaren gerenoveerd en waar nodig uitgebreid binnen hun huidige domein. Parallel zetten we gericht in op nieuwe sleutelkwartieren waar dat strategisch noodzakelijk is. De komende tien jaar betekent dit één duidelijke realiteit: in heel het land zullen omvangrijke infrastructuurwerken worden opgestart.
Het Kwartierplan 2025 geeft de richting aan van hoe de defensie-infrastructuur tot 2034 en zelf erna zal groeien. Het plan geeft aan welke kwartieren terug in gebruik zullen worden genomen en welke bestemming ze zullen krijgen en op welke termijn. De concrete bouwplanning en budgettering volgt in een later fase en zal ook evenwichtig over het land worden uitgerold.
Weerbaarheid centraal
Een centrale pijler van het plan is weerbaarheid. De internationale veiligheidscontext maakt duidelijk dat Defensie robuust, flexibel en geografische gespreid moet zijn. Daarom wordt geïnvesteerd in beter beschermde infrastructuur, in gespreide munitieopslag en in enablement-sites die de ontvangst en transit van bondgenoten in tijden van crisis mogelijk maken. Voormalige kwartieren en depots worden waar nodig opnieuw geactiveerd, zodat Defensie minder kwetsbaar wordt en sneller kan schakelen in crisissituaties.
Arendonk, het voormalige hoofdmunitiedepot, wordt opnieuw ingericht als een gespreid munitiedepot en vormt zo een cruciale schakel voor strategische autonomie en operationele robuustheid. Bovendien zal er onderzocht worden of de kwartieren in Glons en Sugny ook als munitiedepot kunnen worden ingeschakeld.
Berlaar wordt verder uitgebouwd als logistiek kwartier, terwijl de tijdelijke enablementfunctie op termijn verschuift naar Geel, dat zich ontwikkelt tot een belangrijke hub voor logistiek en ondersteuning. Ieper en Helchteren worden na afloop van de Fedasil-concessies opnieuw in gebruik genomen en krijgen een duidelijke logistieke invulling. Moorsele groeit uit tot een logistiek kwartier met een duidelijke ambitie: op termijn doorgroeien naar een volwaardige gevechtseenheid tegen 2040.
Het Kwartierplan 2025 voorziet ook in een duidelijke inplanting van de Territoriale Reserve. Het is de bedoeling dat er op termijn twee kwartieren per provincie komen.
Landmacht: behoud, uitbreiding en nieuwe sites
De Landmacht behoudt en investeert fors in haar bestaande kernkwartieren zoals Leopoldsburg, Marche-en-Famenne, Elsenborn, Lombardsijde, Brasschaat en Spa, en breidt tegelijk uit met nieuwe sites. Er worden verschillende nieuwe locaties toegevoegd, waaronder Charleroi, dat wordt bevestigd als een kwartier van de Toekomst met een gemengde bezetting van een gevechtseenheid, logistiek en cybercapaciteiten. Daarnaast komt er in Glons een tweede bataljon artillerie.
Daarnaast blijft Defensie de komende jaren zoeken naar geschikte locaties voor bijkomende capaciteiten die Defensie zal verwerven, waaronder een toekomstige brugslageenheid in Cerfontaine en extra oefenterreinen. Daarbij ligt de prioriteit duidelijk in het westen van het land. Kortere verplaatsingen moeten de inzetbaarheid verhogen en de trainingsoutput verbeteren. Een nog te zoeken terrein in Henegouwen kan hierbij een belangrijke rol spelen, als centrale oefenlocatie met verblijfsmogelijkheid, voor eenheden uit zowel het noordwesten als het zuidwesten van het land.
Ook onderzoekt Defensie concrete opportuniteiten in Lessive (voormalige RTT-site) en in Namen, waar een eerder verkocht perceel van de militaire site in Sart-Hulet opnieuw in beeld komt. Zo wordt stap voor stap gewerkt aan een evenwichtige en toekomstgerichte spreiding van de oefencapaciteit.
Daarnaast wordt in Diest in de toekomst het 1ste bataljon Paracommando heropgericht, wat de operationele slagkracht van de Landmacht verder versterkt en bijdraagt aan de snelle inzetbaarheid.
Marine en maritieme veiligheid
De Marine concentreert haar activiteiten in operationele en logistieke sites zoals Zeebrugge, Oostende, Brugge-St Kruis en Koksijde waar onder andere de Search and Rescue-capaciteit (SAR) gestationeerd zal blijven. Fort Sint Marie, een depot van de Douane met toegang tot de Schelde in Zwijndrecht, krijgt een nieuwe rol voor een eenheid Marinefuseliers, wat de maritieme beveiliging en inzetbaarheid versterkt, daar waar het nodig is, namelijk dicht bij de cruciale haven van Antwerpen.
Luchtmacht
Defensie behoudt en versterkt haar netwerk van luchtmachtbasissen. Kleine Brogel en Florennes blijven de kern van de tactische luchtmacht, terwijl Melsbroek zijn rol als draaischijf voor strategisch en tactisch luchttransport verder uitbouwt. Tegelijk wordt geïnvesteerd in een robuuste luchtverdediging: Ursel wordt met respect voor het omliggende natuurgebied ontwikkeld als thuisbasis voor de training en onderhoud een luchtverdedigingseenheid, ontplooiing hier van (concreet de Nasams) zal echter over het hele grondgebied gebeuren, in functie van wat operationeel nodig is.
Het toekomstige luchtafweersysteem met lange dracht zal gestationeerd worden in een nieuw kwartier in de provincie Henegouwen. De luchtverdedigingsschool van Defensie zal dan weer in Beauvechain komen.
De opleidings- en ondersteuningsfuncties van de Luchtmacht blijven verzekerd via sites zoals Bertrix en Koksijde. Deze laatste basis aan de kust zal naast thuisbasis van de search and rescue helikopters, in de toekomst ook een eenheid van de landmacht verwelkomen.
Medische Dienst en Scholen van Defensie
De Medische Dienst bouwt verder aan een coherent netwerk van kwartieren met Neder-Over-Heembeek, Peutie, Leopoldsburg, Nijvel en Marche-en-Famenne als vaste pijlers. Het meest in het oog springende project is hier de omvorming van Neder-Over-Heembeek tot een moderne medical hub.
De scholen en diensten blijven geconcentreerd in bestaande kwartieren zoals Eupen, Saffraanberg, Heverlee en Peutie.
Maatschappelijke verankering en defensie-industrie
Het Kwartierplan 2025 houdt expliciet rekening met maatschappelijke verankering. Bepaalde sites en percelen zullen worden aangeduid als strategische reserve of als aanbod voor de defensie-industrie en co-use met andere overheden. Zo versterkt Defensie niet alleen haar militaire capaciteit, maar ook haar rol als economische en veiligheidsactor.
De KMS in Brussel blijft de centrale opleidingsfaciliteit van Defensie, waar officieren en kader worden gevormd en voorbereid op leidinggevende functies. Het hoofdkwartier in Evere wordt verder uitgebouwd om de groei van Defensie richting 2040 te ondersteunen. Met de medical hub Neder-Over-Heembeek blijft de centrale medische capaciteit van Defensie in Brussel verankerd. Daarnaast zal er in Brussel ook ruimte zijn voor co-use tussen Defensie, industrie en andere overheden.
In Redu zal er tenslotte gewerkt worden aan een hoogwaardige capaciteit op gebied van cyber en space.
Besluit
Het plan wordt stap voor stap uitgevoerd en past binnen de beschikbare middelen. Grote infrastructuurprojecten vragen tijd, maar de koers is duidelijk en vastgelegd. Defensie maakt bewuste keuzes: verantwoordelijk omgaan met belastinggeld, zonder de strategische noden uit het oog te verliezen.
Minister Francken vat die aanpak samen: “Dit kwartierplan gaat niet over gebouwen op zich, maar over de veiligheid en het welzijn van onze mensen en de weerbaarheid van ons land. Het is een lange termijn keuze die ervoor zorgt dat onze militairen hun job goed en veilig kunnen blijven doen, vandaag én in de toekomst.”