Minister Francken investeert in nieuwe ontmijningsrobots voor DOVO: “Veiligheid van onze specialisten centraal”

De huidige vloot lichte robots van DOVO is na jarenlange inzet op nationaal grondgebied en tijdens operaties aan vervanging toe. De nieuwe QUGV-systemen (viervoetige onbemande grondvoertuigen) zijn specifiek gekozen vanwege hun vermogen om te opereren op geaccidenteerd terrein en in moeilijke omgevingen, zoals gebouwen met trappen, losse grond of nauwe ruimtes.

Cruciale ondersteuning bij ontmijning

De inzet van deze technologie is van levensbelang bij het onschadelijk maken van Improvised Explosive Device (IED). De nieuwe systemen stellen onze operatoren in staat om op veilige afstand een volledige interventie uit te voeren, gaande van de eerste waarneming via hoogwaardige beelden tot het fysiek manipuleren van objecten en het openen van deuren in een semi-autonome modus. Bovendien kunnen de robots worden uitgerust met specifieke bewapening om een potentiële geïmproviseerde explosieven (IED) gericht te neutraliseren. 

Inzetbaarheid en internationale steun

In totaal worden veertien systemen aangekocht door het Nederlandse Ministerie van Defensie als internationale aankoopcentrale voor onze Defensie, dit om te voldoen aan het ambitieniveau voor 2030. Deze worden verdeeld over de homeland-teams, de gemotoriseerde brigade en de opleidingseenheden. Daarnaast bevat het dossier een belangrijke clausule voor internationale solidariteit.

"We hebben een voorwaardelijke schijf van vier extra systemen voorzien voor Oekraïne. De strijd tegen niet-ontplofte munitie is daar een dagelijkse realiteit. Door dit mee op te nemen in onze bestelling, kunnen we onze partners snel voorzien van hetzelfde moderne materieel dat wij voor onze eigen mensen aankopen", legt minister Francken uit.

Budget en samenwerking

De investering wordt geraamd op circa 7,6 miljoen euro (incl. btw). Om de kosten te optimaliseren en schaalvoordelen te benutten, wordt de aankoop uitgevoerd in het kader  van de BeNeSam-akkoorden tussen België en Nederland. De uitgaven worden gespreid over de begrotingsjaren vanaf 2025.